Coördinatie Nico Hilgers

Email: vogelwerkgroepmiddenbrabant@gmail.com 

oeverzwaluw

Riparia riparia

Oeverzwaluwen zijn weinig kieskeurige vogels van open terreinen. Het broedgebied moet aan twee belangrijke voorwaarden voldoen: Er moet een kale, zandige of lemige steilwand zijn, waarin de nestholen uitgegraven kunnen worden, en er moeten flink wat muggen of andere insekten rondvliegen, iets dat in de Nederlandse delta geen enkel probleem oplevert. Zoals de meeste insekteneters brengen oeverzwaluwen de winter door in Afrika.

Werkzaamheden oeverwand Leemkuilen april 2016

Nico Hilgers

Ieder voorjaar steken we met een bootje het water over om op het eiland in de Leemkuilen de oeverzwaluwwand te prepareren. Dit moet natuurlijk gebeuren vóórdat de oeverzwaluwen arriveren. Peer, Nico, Gerard, Jan, Carel en Bart hadden zich voor deze dag aangemeld. Prima aantal want we paste zo precies in de roeiboot. Deze was met de tractor door Gerard in Oisterwijk gehaald. Amper waren we bij het eiland of er vloog al een ijsvogeltje die daar ook z’n nestje heeft.

Met schoppen en scharen is daarna de wand afgestoken en vrijgemaakt van braamstruiken en ander ‘onkruid’. Ook de aanvliegroute onder bij het water werd vrijgemaakt. Na afloop hebben we het eiland verkend en vonden nesten van canadese gans (11) nijlgans (3) wilde eend (2). Op de terugreis voeren we langs de twee aalscholverkolonies en telden 62 nesten met hier en daar al best grote jongen erin. Prima weer en een gezellige sfeer zorgde voor een leuke ochtend.

Tijdens het broedseizoen hebben we helaas moeten constateren dat in het begin van het broedseizoen er wel oeverzwaluwen aanwezig waren maar dat die even later vertrokken en verder geen broedpoging hebben ondernomen. Erg teleurstellend temeer daar er het jaar daarvoor nog zo’n 100 bezette nesten waren. Op 31 maart 2017 gaan we de wal weer prepareren in de hoop dat 2017 weer succesvol wordt .

Werkzaamheden voorjaar 2014

Oeverzwaluwwand Leemkuilen Udenhout

door Nico Hilgers

 

Na het oeverzwaluwseizoen van 2013, en er maar ongeveer 15 nesten bezet waren geweest, besloten we dat er op het eind van de winter toch eens stevig aan de wand gewerkt moest worden. Gerard van der Kaa zorgde dat er een goede boot werd aangeschaft (met dank aan de stichting Beheer Kleine Landschapselementen!) ; zo konden we aan de slag.

22 maart gingen we met een volle boot naar het eiland. Een paar uur en veel spierpijn later lag de wal er pico bello bij. We wilden geen zand meer in het water laten verdwijnen en gebruikten het afgestoken zand weer door het boven op de wal te deponeren.

Enkele weken later zagen we al resultaten en op 20 mei werden ruim 50 bezette nesten geteld. Wel kon je ook zien dat de begroeiing her en der het invliegen van de nesten ging belemmeren. Daarom besloten we op 21 juni nogmaals over te varen met snoeischaren. Zo konden we ter plekke de bezette nesten nauwkeurig vaststellen: Liefst 72 !

 

Zomer 2014

Winter 2013/2014

Werkzaamheden winterseizoen 2012/2013

Oeverzwaluwwand Leemkuilen Udenhout

door Peer Busink

 

De Leemkuilen bij Udenhout is een natuurgebied van 86 ha groot is. Het is in bezit van Stichting Brabants Landschap en hoewel het gebied niet direct erbij aansluit, vormt het gebied samen met de Loonse en Drunense Duinen een Natura-2000 gebied. De leemkuilen zijn ontstaan door het graven van leem voor de baksteenfabricage. Het leem ligt in deze streek namelijk dicht aan het aardoppervlak. De baksteenfabriek die hier heeft gestaan, is in 1890 gesticht. De kleinere plassen die in het broekbos aan de zuidwest kant van de Heusdensebaan te zien zijn, dateren vanaf die tijd. De kuilen die nu plassen zijn, zijn met de hand gegraven en van elkaar gescheiden door dammen. Over deze dammen werd het uitgegraven leem met kruiwagens naar de steenfabriek gereden. In 1967 werd het terrein door Brabants Landschap aangekocht en in overleg met de steenfabriek is men daarna doorgegaan met het winnen van leem. In 1993 viel echter het doek voor de steenfabriek en is na iets meer dan een eeuw de steenfabricage in Udenhout verleden tijd geworden. Van 1970 tot 1997 is er aan de andere kant van de Heusdensebaan in de leemafgravingen op grootschalige wijze zand gewonnen. Hierdoor is de grote plas (Oosterplas) ontstaan met hier en daar grote diepten. Deze zandwinning vond hier plaats tot 2010. Brabants Landschap heeft tijdens de zandwinning afgedwongen dat in de grote plas enkele eilanden werden aangelegd ter vergroting van de biodiversiteit. Op één van die eilandjes is toen op verzoek van Vogelwerkgroep Midden-Brabant een steile wand aangebracht, die dienst moest doen als nestgelegenheid voor oeverzwaluwen. Oeverzwaluwen hadden vrij snel deze wand ontdekt en hebben er jaren in gebroed. Door erosie werd de wand elk jaar minder steil en door de boomopslag werd de vrije aanvliegroute steeds meer belemmerd. Twee factoren die verantwoordelijk zijn voor het steeds minder geschikt raken van de wand als broedgelegenheid voor oeverzwaluwen.

 

Leden van Vogelwerkgroep Midden Brabant hebben het initiatief genomen, om begin april 2013 (vlak voordat de oeverzwaluwen uit Afrika weer terug zullen keren) met de boot naar dit eiland te roeien om de wand te herstellen door deze recht af te steken en de begroeiing voor en op de wand te verwijderen. De boot bleek een loodzware metalen sloep te zijn, die met vereende kracht in het water gesleept moest worden. De sloep was niet geheel waterdicht en gezien zijn toestand, zou bij de eerste beste controle door de waterpolitie de boot uit de vaart worden genomen. Bij gebrek aan roeispanen werden de schoppen voor de voortstuwende kracht gebruikt.

Onderweg werd eerst naar een ander eiland gepeddeld om het aantal nesten van de aalscholvers te tellen. Een heel bijzonder gezicht om vanaf het water heel dichtbij de geheel bekalkte nesten en bomen te aanschouwen. De vergelijking met de krijtrotsen van Dover was niet geheel overdreven. Na deze onvergetelijke ontmoeting zijn we naar ons “werkeiland” van deze dag gepeddeld. Toen we aan land gingen, werden door wegvliegende Canadese en grauwe ganzen luidkeels gakkend allerlei verwensingen naar onze hoofden geslingerd met waarschijnlijk de mededeling om zo gauw mogelijk op te rotten. De reden was al vlug duidelijk, open en bloot lagen hun nesten gevuld met grote witte eieren in een donzen bed. Kennelijk zijn ze op hun onbewoonde eiland ontwend geraakt dat er nog predatoren bestaan. Die onbevangenheid van deze vogels om zo open en bloot hun nesten te bewonen, deed mij een bruggetje slaan naar het eiland Mauritius waar toen dodo’s de VOC-zeelui niets vermoedend hebben aan zien komen. Het vervolg daarvan is genoegzaam bekend. Op dit Leemputten-eiland is het anders verlopen, we zijn behoedzaam langs de nesten gelopen met het gevoel dat we tijdelijke en noodzakelijke indringers waren om alleen maar een nuttige klus te klaren. We zijn onverdroten aan het werk gegaan. Zand verplaatsen, nog meer zand verplaatsen, struiken en boomopslag verwijderen, gade geslagen door enkele doodvermoeide boerenzwaluwen die dicht bij de wand op enkele dunne takjes zaten uit te hijgen. Moeten wel net terug zijn van een lange terugreis. Tegen de middag, zonder pauze, waren we klaar met onze arbeid. De algehele mening onder de mannen was dat door onze herstelwerkzaamheden de wand oeverzwaluwproof was en dat de reeds onderweg zijnde oeverzwaluwen wel zo’n wand moeten accepteren. We scheepten ons weer in en verlieten vermoeid doch voldaan het eiland. Nu zonder lawaai te maken, keerden de ganzen terug naar hun heilige plekjes. Het werd weer stil, of er niets was gebeurd.