Boekrecentie door Corine Goldschmidt


Over ‘DE MAN OP DE DIJK’ door Elvira Werkman

Het grenzeloze verhaal van de grauwe kiekendief

KNNV Uitgeverij 2018

 

De man op de dijk vertelt het verhaal over de ontdekkingen, de drijfveren, handelswijzen en veel veldonderzoek ervaringen van oprichter van de stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief (WGK), Ben Koks. Geboren en getogen Groninger die op zijn tiende verjaardag van zijn oma een vogelboekje kreeg wat het begin bleek van iets groots.

In 1990 staat Ben Koks over een Oost-Groningse akker te turen, ziet hij een bijna uitgestorven Circus pyargus man, grauwe kiekendief, naar de rand van een luzerneveld vliegen, erin duiken, weer boven komen met een muis en die overdragen aan een opgedoken vrouw. Ze hebben een nest in de akker, nog niet eerder ontdekt. Ben Koks weet dat de luzerne binnenkort gemaaid gaat worden en het nest daarmee verloren zal gaan. Hij markeert het nest met een tak, rijdt naar de beheerder van de akker en regelt dat met het maaien een paar dagen later een trapeziumvormige pluk van 40 x 40 meter luzerne blijft staan. Dit is het begin van het levenswerk van deze man; het doorgronden en in kaart brengen van de leefwijze van de grauwe kiekendief, het oprichten van de werkgroep ter bescherming en poging tot behoud van deze vogelsoort.

Dat Ben Koks de landbouw hogeschool heeft gedaan, al vroeg veel contacten legde met boeren en biologen kende, hielp enorm bij het voor elkaar krijgen van medewerking van boeren, provincie, wetenschappers en vrijwilligers waarbij de samenhang tussen allen onontbeerlijk is gebleken. Hij deed al eerder veel vogel veldwerk, ringde bijvoorbeeld 2200 knobbelzwanen voor de Zwanenwerkgroep van vereniging Avifauna Groningen.

Dit boek neemt je mee naar het Oost Groningen met zand versus klei, de graanschuur van Nederland, waar in de jaren negentig vogelaars hun geluk niet op konden in het vogelparadijs dat braaklegging heette. Waar Ben Koks in een graanschuur waar de muizen tegen de muren omhoog klommen, 20 kerkuilen telde en in de velden tientallen ruigpootbuizerds, velduilen en meer dan honderd torenvalken.  Het neemt je mee naar de verandering van landbouwmethoden, Natuurbeschermingswetten, Vogelrichtlijnen. Naar de gesprekken die Ben Koks voerde met boeren en ze enthousiast maakte voor het beschermen van de grauwe kiekendief op hun akkers. Omdat je op en over hun land moet om nesten te kunnen beschermen, kun je niet zonder de boeren. Hij wist draagvlak en medewerking te krijgen. Boer Geuko was als 20 jarige bezig zijn bedrijf op te zetten, had nauwelijks tijd om met natuur bezig te zijn en zijn focus lag dan ook op maximale bespuitingen en maximale opbrengsten, ‘want zo leerde je dat op de landbouwschool’. Pas eind jaren tachtig vroeg hij zich af of hij wel goed bezig was en hij was een van de eerste akkerbouwers in Groningen die biologisch ging werken. Vlak daarna kwam de vondst van de grauwe kiekendief, leerde de WGK hem het belang van akkerranden en viel bij hem het kwartje toen hij de leeuweriknesten, velduilen en insecten op zijn akkers vond.

Veel informatie over leefwijze en gedrag van de grauwe kieken. Het zijn semi-koloniale broeders met wel zeven nesten op een akker. Het is een nomadische soort, net als de velduil.  ‘Het is een wisselwerking met zo’n soort die je grijpt en dat betekent dat je zelf ook nomade wordt , want anders kun je niet begrijpen waarom die soorten doen wat ze doen.’  De braakbal is een landschap bomvol informatie. Aan de afmeting kan je zien of het er een van de man of de vrouw is. Ben Koks is een kwart eeuw dieetonderzoek en 27.000 Nederlandse prooien uit braakballen verder. Van drie continenten samen gaat het om duizenden braakballen die stuk voor stuk een regel opleveren in de database van WGK. Ben Koks leerde van Roger Clarke (in 1996 de kiekendiefexpert als het ging om dieet) dat je nog dieper kon afdalen in een braakbal dan alleen muizenbotjes en vogelveertjes. De hele kleine ‘steentjes’ die hij bij het uitpluizen tegen kwam, waren helemaal geen steentjes maar zgn. kauwplaatjes van zaadetende vogels. Zangvogels als rietgors, kneu of geelgors hebben onder in hun snavel een keihard stukje bot waarmee ze een zaadje kunnen kraken, een kauwplaatje dus.

Ook grauwe kieken zijn individueel verschillend qua postuur en gewicht, dat zie je terug in de manier van jagen. Jagen op vogels vraagt een andere techniek dan jagen op muizen. Ze kunnen het allebei maar de een is net iets beter in vogels pakken dan de ander die beter is in muizen vangen.

Om in slechte muizenjaren te kunnen uitwijken naar andere prooien moet er voor grauwe kieken een plan B zijn. Dat zie je terug in de keuze van broedgebieden. Ze hanteren een steevaste combinatie van broeden in akkers en (tevens) jagen in andere gebieden zoals kwelders, hoogvennen, golfterreinen.

in 2007 voorzag de WGK een grauwe kiekenpaar, Fenna en Edzard, van zenders. De intrigerende reis die begon in september ging via Corsica, Afrika, Algerije, Mali naar Burkina Faso en werd nauw gevolgd op de computer. Begin 2008 bevond ze zich 13 kilometer van de plek waar het onderzoeksteam in 2006 hun eerste Afrikaanse kiekendiefslaapplaats vond.   

Fenna maakte omzwervingen naar gebieden waar veel sprinkhanen voorkwamen,  voor ze een tijdje verbleef in het stroomgebied van de Sokoto-rivier. Begin april maakte ze pas aanstalten om op voorjaarstrek te gaan.  Ze vloog over de woestijn in Mali en bereikte via stofstormen Algerije waar ze een aantal dagen verbleef. Vandaaruit vloog ze rechtstreeks naar Sardinë.  In Italië nam ze een pauze van twee weken om bij te komen van haar reis over zee. Pas aan het einde van het broedseizoen kwam ze nog even in Groningen waarna ze weer zuidwaarts vloog en waar ze waarschijnlijk werd neergeschoten, het laatste signaal kwam van de Middellandse zee.

De ontwikkeling in zenders stond niet stil en eerst werden vogels alleen gevolgd vanaf computerschermen. Maar in 2006 ging Ben Koks, samen met anderen waaronder Joost Brouwer, bioloog en Niger-kenner, de grauwe kiekendieven achterna. Ze vonden slaapplaatsen van grauwe kiekendieven waar ze gezamenlijk slapen. Die plekken leveren meer informatie op; over verhoudingen qua leeftijd, geslacht en inzicht in aantallen. En daar liggen de braakballen.

Ze doen hun verhaal over hun zoektocht op de lokale radio nadat ze steeds het verhaal hoorden over een gevangen kiekendief met een zender op zijn rug vol met zaaddodend gif. Zo komen ze de bewuste boer op het spoor die uitlegt dat hij de kiekendief had gedood omdat hij dacht dat de vogel gevaarlijk was, met zo’n apparaatje op zijn rug. Hij dacht ook dat ze kippen aten. Hij kreeg spijt toen hem werd uitgelegd dat de kiekendief sprinkhanen eet. Pas later tijdens de reis werd het de kiekendiefmensen duidelijk dat het gebruikelijk is in diverse Afrikaanse landen om vogels te doden, voor in de soep.

De Afrikanen noemen de grauwe kiekendief ‘de vogel die vliegt zoals onze vrouwen dansen’.  Er volgen vele prachtige verhalen, over de mensen, ontmoetingen en over de grauwe kiekendieven.

Ze belanden op een kiekendieven slaapplaats met wel 4000 kiekendieven over een lengte van een kilometer. Dat lijkt mooier dan het is, waarschijnlijk is er sprake van een ‘ecologische val’; qua landschap en voedselaanbod is de omgeving er niet best aan toe.

Slaapplaatsen lijken met elkaar verbonden en het lijkt erop dat de kiekendieven van elkaar weten hoeveel er op een slaapplaats verderop zitten. Meer soorten, zoals spreeuwen, kennen ook een slaapplekkensysteem. De soorten die dat hebben zijn afhankelijk van onvoorspelbare voedselbronnen (emelten voor spreeuwen, sprinkhanen voor kiekendieven bijvoorbeeld). Grauwe kiekendieven blijken plaatstrouw, tot aan een bepaalde boom of struik aan toe. Ze trekken iedere winter naar drie tot vijf vaste gebieden. Er zit enige variatie in het moment van doorschuiven naar de volgende plek. Dat hangt samen met weersomstandigheden en menselijke invloeden. Droge jaren betekenen minder planten en dus minder sprinkhanen. Niet alle grauwe kiekendieven overwinteren op gortdroge plekken zoals in de Sahel. Er zijn individuele verschillen en vele weten de groenere plekken te vinden waar minder vlieguren per dag worden gemaakt. De groenbezoekers blijken de succesvollere grauwe kieken te zijn in de broedgebieden; eerdere aankomst, betere territoria, betere partners en ze brengen meer jongen groot. Wat er gebeurt in Afrika en onderweg, werkt door in de broedtijd.

De kiekendiefmensen zagen met eigen ogen leefgebieden verdwijnen. Braakliggende gronden nemen af, grote buitenlandse bedrijven zijn steeds actiever (vleesvee voor Nieuw-Zeeland, pindateelt voor Amerika en China is een grote speler in het Afrikaanse continent). Houtkap, overbegrazing, woestijnvorming, klimaatverandering, watertekorten enz.

Gelukkig leest het niet alleen over achteruitgang in dit boek. Ook hoopvolle initiatieven zoals dat van het inspirerende werk van de boer Yacouba Sawadogo in Burkina Faso komen aan bod. Deze boer werd voor gek verklaard toen hij gaten ging graven op zijn land die hij vulde met mest en andere organische stoffen. Zo lokte hij termieten. Die groeven gangen die zich tijdens het regenseizoen met water konden vullen. Dat liet boomzaden ontkiemen en zo ontstond er een heel bos. Daarnaast verbouwde hij gierst en sorghum. Zijn methode vindt op veel plekken navolging, Sawadogo ontving van de Verenigde Naties een prestigieuze prijs en in 2018 de alternatieve Nobelprijs ‘Right Livelihood Award’. In 2010 is de documentaire ‘The man who stopped te desert’ gemaakt.

Het gaat over voedsel onderweg, veranderingen en kantelpunten in de landbouw, ‘landschapspijn’,  voedselstromen, de rol van Europa, over wat de WGK doet in Nederland in samenwerking met overheden, boeren en natuurbeschermingsorganisaties. Het gaat over vogelakkers en hoe die zorgen voor natuurlijke plaag bestrijding. Momenteel ligt er alleen in Nederland ongeveer 8000 kilometer aan akkerranden en is dat beleid geworden in o.a. België, Duitsland, Denemarken, Zwitserland en Engeland.

Denk  niet dat ik nu alles verteld heb over de inhoud van dit mooie boek. Wat mij betreft zijn de dagboekaantekeningen van de schrijfster overbodig, dat vind ik een redactioneel minpunt. Maar het hele grauwe kiekendief verhaal vind ik zeer lezenswaardig, een aanrader!