landgoederen

 

 

 

 

 

 

      Door Loek Hilgers

Januari 2007. Ongeveer een eeuw geleden  stond er op Gorp, aan de weg van Hilvarenbeek naar Alphen,  vlakbij de brug over de Rovertse Leij een café, dat Het Aards Paradijs heette. Men zegt dat het zo genoemd werd, omdat in de zeventiende eeuw een zekere Goropius Becanus, nu vergeten, maar destijds een bekende humanistische auteur, in een publicatie bewezen meende te hebben, dat het Bijbelse  “Aardse Paradijs” gesitueerd moest worden in deze omgeving. Op taalkundige gronden kwam hij bovendien met de theorie, dat de taal die door Adam en Eva gesproken werd niets anders geweest kon zijn dan het Beekse dialect.

 

Na allerlei verwikkelingen kwam een groot deel van de woeste gronden tussen Hilvarenbeek en Goirle in het begin van de twintigste eeuw in handen van de familie van Puijenbroek. Het totale eigendom omvatte twee dorpsgemeenschapjes: de gehuchten Gorp en Roovert; van daar de naam: Landgoed Gorp en Roovert.

Van het café is overigens niets meer te vinden.

Tja, het is een typisch ontginningslandgoed. Voor wie een landschap kan lezen zijn er nog veel authentieke elementen van het Brabantse Dekzandlandschap te vinden, maar de meeste waarden zijn verstopt onder honderden hectares grove dennenbos. In de negentiende eeuw waren er veel natte plekken en grote vennen, zoals het Langven, het Rondven en het Horstven. Om deze natte plekken te kunnen ontginnen zijn grote watergangen gegraven van hier en daar wel twee meter diep; die veroorzaken natuurlijk een geweldige verdroging. Het grootste deel van het gebied is rationeel ingericht met kaarsrechte lanen en grote vierkante percelen. Op die ontginning is een groot rundveebedrijf gevestigd, dat jarenlang de faam van een “modelbedrijf” had, omdat er de modernste agrarische technieken werden toegepast.

De natuurwaarden zijn er navenant; eigenlijk kun je beter spreken over een natuurruïne.

Toch ontsnapten enkele elementen aan de grootschalige inrichtingszucht. Zo is het beekdal van de Roovertse Leij nog altijd de moeite waard – al schijnt er met de waterkwaliteit ook wel wat aan de hand te zijn. Deze beek, die nu eens niet “gehermeanderd” is, maar nog steeds zijn eigen, bochtige loop volgt, herbergt een van de grootste en belangrijkste populaties van de Bosbeekjuffer in ons land: iets om zuinig op te zijn. Ook landschappelijk heeft de omgeving van Gorp ontegenzeggelijk nog steeds iets paradijselijk: fraaie, rietgedekte hoeven aan de rand van een middeleeuws akkercomplex aan de rand van het beekdal, omgeven door bos. Natuurlijk komen er veel bosvogels voor,  zoals Zwarte Specht – en wie weet in de toekomst ook wel de Middelste Bonte Specht, maar ook Havik en Sperwer. In het beekdal bloeien in het voorjaar opvallend veel Bleeksporige bosviooltjes. 

Een jaar of vijftien geleden werd ongeveer vierhonderd hectare van het landgoed verworven door Brabants Landschap. Op dit terrein werd ruim honderd hectare van de

oorspronkelijke Rooverste Heide hersteld. Dat wil zeggen dat het mijnhout rigoureus gekapt werd, zodat de biodiversiteit die gebonden is aan open en schrale landschappen opnieuw kon opbloeien. Er komen nu weer zoveel Rode Lijst soorten en Europese doelsoorten voor, dat de Roovertse Heide wordt aangewezen als “Natura-2000”-gebied. Een bewijs dat de potenties nog steeds zeer groot zijn. Een ander terreindeel, tot voor kort een particuliere agrarische enclave, is in het kader van de Landinrichting De Hilver aangekocht. Hier zal dit jaar nog begonnen worden met het herstel van het Rooverts Ven. Ook dit terreindeel zal dan vervolgens in eigendom en beheer komen van Brabants Landschap. In samenhang met dit inrichtingswerk voert Brabants Landschap tegelijkertijd herstelwerkzaamheden uit op de direct aangrenzende Roovertse Bergen. In totaal zal zo’n dertig hectare open landschap met overgangen van droge heide naar natte heide en ven ontstaan.  

 

Mogelijk zullen er aan de rand van het Landgoed Gorp en Rovert nog meer spannende dingen gebeuren. Zo is het in principe mogelijk om het Nestven, dat grotendeels drooggelegd en ontgonnen is, weer geheel te herstellen. Het huidige restant van het Nestven – met o.a. nog heel wat Veenpluis - ligt in een stukje bos, dat grenst aan Gorp men Roovert, maar eigendom is van de Gemeente Hilvarenbeek. Het ontgonnen deel is

aangekocht in het kader van de Landinrichting de Hilver. In een goede samenwerking tussen gemeente en Brabants Landschap moet het mogelijk zijn het gehele oorspronkelijke ven weer te vernatten en de verloren gegane natuurwaarden nieuwe kansen te geven.

Het bovenstaande betreft ontwikkelingen aan de rand van het grote landgoed; gebeurt er ook nog iets op Gorp en Roovert zelf?  Ja, maar voorlopig weinig goeds. De eigenaar heeft onlangs het plan gelanceerd om aan de noordzijde van het gehucht Breehees, dichtbij de bebouwde kom van Goirle, een zevental villa’s te bouwen, met gebruikmaking van de provinciale regels voor z.g. “nieuwe landgoederen”. Die regelgeving zou dan wel wat opgerekt moeten worden, zonder dat daar voor natuur en landschap iets extra’s tegenover stond. Gelukkig heeft de gemeente Goirle hier voorlopig een stokje voor gestoken. Het plan zal daarmee wel niet definitief van tafel zijn; maar het zou al heel wat beter te pruimen zijn wanneer het ingekaderd werd in een integrale benadering, waarin herstel en verbetering van de natuurwaarden en de hydrologische functie van andere delen van het landgoed een gelijkwaardige plaats krijgen. Misschien dat dan de faam van het voormalige Aardse Paradijs opnieuw weerklank kan vinden.

 

Belangrijkste soorten:  Zwarte specht, havik, sperwer.

 

September 2006. Landgoed De Utrecht ligt in Noord-Brabant en heeft niets van doen met de provincie Utrecht. Het landgoed  valt grotendeels onder Esbeek (gem. Hilvarenbeek) en meet zo’n 2.600 ha. Het is gesticht door de toenmalige levensverzekerings maatschappij “De Utrecht”, die in 1899 aan de Heidemij de opdracht gaf om de eerste 700 ha. “woeste grond” te ontginnen.

 

Het was de levensverzekeringsmaatschappij natuurlijk op de eerste plaats te doen om een rendabele investering. Thans telt het landgoed ongeveer 1.900 ha. (naald-)bos en natuur, 500 ha. landbouwgrond verdeeld over negen verpachte boerderijen en zo’n 100 ha. overige bestemmingen (o.a. bebouwd en sinds enige jaren ook een 18-holes golfbaan).

Na enige fusies en overnames berust het eigendom tegenwoordig bij Fortis n.v. De ironie wil, dat met het vorderen van de tijd het idee van wat rendabel is behoorlijk is verschoven. De bosbouw kost allang geld en ook de landbouw lijkt op deze, voornamelijk marginale gronden, geen groots perspectief meer beschoren. In een recente notitie geeft  Fortis aan, dat men rekening houdt met een verder teruglopen van de inkomsten uit de bosbouw en een terugloop van de inkomsten uit de landbouw van zo’n 10 %. Men gaat er vanuit dat ongeveer 100 ha. landbouwgrond, bij het beëindigen van de lopende contracten, niet opnieuw rendabel te verpachten zal zijn; deze oppervlakte komt dus vrij voor andere functies.

Tijd voor een herbezinning: Fortis, wat nu?

 

Voor natuur en landschap heeft het Landgoed de Utrecht grote waarden en fascinerende ontwikkelingsmogelijkheden. In principe bevat het een staalkaart van zowat alle biotopen

en landschapstypen die je in Brabant kunt verwachten. Van de oorspronkelijke, voedselarme natte en droge heide resteert nog zo’n 200 ha. en er zijn fraaie overgangen naar het relatief voedselrijke beekdal van de Reusel die hier nog volop meandert. Dit beekdal en de aangrenzende Neterselse Heide met de vennen Goor en Flaes zijn door de Nederlandse overheid aangewezen als gebied dat valt onder de Natuurbeschermingswet; het is tegenwoordig, onder invloed van de Europese regelgeving, ook aangewezen als habitatrichtlijngebied. 

 

Er zijn zo ongeveer 130 verschillende broedvogelsoorten vastgesteld. Daarvan zijn Geoorde Fuut (in de Kokmeeuwenkolonie!), Nachtegaal, Bruine Kiekendief en Geelgors zeker niet de minsten. Maar in ornithologische zin is vooral de concentratie van Nachtzwaluwen opvallend en belangrijk. Vooral het behoud van deze waarde baart op dit moment grote zorgen. De grote concentratie van Nachtzwaluwen blijkt op de Utrecht namelijk gebonden te zijn aan het traditionele bosbeheer. Dat bestond uit het creëren van kapvlaktes van meerdere hectaren die vervolgens werden ingeplant met jong bosplantsoen.

Uit onderzoek van met name Peer Busink is gebleken dat deze kaalkapvlakten gedurende een jaar of zeven een ideaal biotoop vormen voor Nachtzwaluwen. Dit is immers een pioniervogel, die profiteert van rommelige bosranden en beginnende stadia van verbossing op verwaarloosde heideterreinen: van relatief dynamische milieus dus.

 

Nu kappen en aanplanten in economische zin niet meer loont, is men op het Landgoed De Utrecht overgestapt op een vorm van “integraal bosbeheer”. Dit is een type beheer, dat door de (provinciale) overheid wordt ondersteund om uiteindelijk een grotere oppervlakte natuurlijk loofbos te ontwikkelen. Voor de boseigenaar is het interessant omdat het weliswaar leidt tot geringere opbrengsten uit houtverkoop, maar, wat belangrijker is, vooral tot geringere onderhoudskosten.

Iedereen blij, zou je denken, maar de Nachtzwaluw blijkt daardoor in hoog tempo het veld te ruimen (74 broedparen in 2001 , 48 paar in 2004 (32 paar in 2005 op een iets kleiner telgebied)). Al sinds 2000 zijn er geen grotere kapvlakten meer bijgekomen en de aanplant op de oude kapvlakten is inmiddels zo oud en dicht, dat er geen Nachtzwaluw meer in terecht kan. De nog aanwezige oppervlakte heide is te gering om een zelfstandige populatie in stand te houden. De wrange overweging daarbij moet bovendien zijn, dat het ontwikkelen van een soortenrijk, natuurlijk loofbos op deze overwegend droge en gepodzoleerde bodems misschien wel een illusie is, terwijl herstel van het heidebiotoop bij een doordachte aanpak al op korte termijn tot een veel grotere biodiversiteit zou kunnen leiden.

 

De herbezinning op de toekomst die door Fortis is aangekondigd biedt misschien mogelijkheden – niet alleen voor de Nachtzwaluw overigens. Natuurlijk kijkt ook nu de investeringsmaatschappij op de eerste plaats naar rentabiliteit op de korte termijn: men

zoekt meer ruimte voor “rood”: bewoning en andere stedelijke functies op het landgoed, die  een alternatief kunnen vormen voor de wegvallende inkomsten uit bos- en landbouw. Daar valt misschien ook niet helemaal aan te ontkomen – tenzij Fortis het geheel zou willen verkopen aan een N.B.-organisatie, maar dat is kennelijk niet de bedoeling.

De kunst is mijns inziens om te komen tot een integrale aanpak waarin ook de natuurwaarden een behoorlijke opwaardering krijgen door een gewijzigde inrichting en een aangepast beheer.

Recent is het provinciale soortbeschermingsplan voor de Nachtzwaluw verschenen. Dit ondersteunt de visie dat het voor deze soort wenselijk is om grotere kapvlaktes c.q. heidevlaktes te creëren en een beheer te introduceren  dat meer dynamiek brengt in bosranden en overgangen van heide naar bos. 

Fortis heeft een z.g. “Vliegende Brigade” opgezet; een groep van betrokken instanties en personen waarmee de ontwikkelingsplannen voor Landgoed de Utrecht intensief worden besproken.

Namens de B.M.F. heeft onze werkgroep zitting in deze “Vliegende Brigade”:  het

duurzaam beheer van de Nachtzwaluwenpopulatie op De Utrecht zal één van onze belangrijkste speerpunten zijn.

 

Belangrijke soorten: Geoorde fuut, nachtzwaluw, bruine kiekendief, nachtegaal, geelgors